Kies uw land:

NederlandNederland

Kies uw land:

DASSY professional workwear
search

Normeringen en classificaties

Gecertificeerde kniezakken in combinatie met DASSY CRATOS kniebeschermers.

EN 14404: 2004 + A1: 2010
Gecertificeerde kniezakken in combinatie met DASSY CRATOS kniebeschermers.

Deze norm beschrijft de testmethodes en eisen van kniebeschermers voor werk in knielende positie.

Er bestaan 4 types van kniebeschermers: 

type 1: “zelfstandige” kniebeschermers,
type 2: mousse in zak op broek,
type 3: losse beschermers,
type 4: kniebeschermers als onderdeel van andere bescherming.

Eveneens zijn er 3 prestatieniveaus beschreven: 

niveau 0: biedt geen bescherming tegen penetratie,
niveau 1: kniebeschermers geschikt voor vlakke en niet vlakke ondergrond en biedt bescherming tegen penetratie van objecten < 1cm,
niveau 2: kniebeschermers geschikt voor vlakke en niet vlakke ondergrond en biedt bescherming tegen extreme condities (bv. brokstukken in mijnen).

Hoge zichtbaarheidsbescherming overdag, bij schemer en ’s nachts.

EN 471:2003 + A1:2007 & EN ISO 20471: 2013 - Hoge Zichtbaarheidskledij
Hoge zichtbaarheidsbescherming overdag, bij schemer en ’s nachts.

Waarschuwingskledij met hoge zichtbaarheid voor professioneel gebruik. Deze kledij heeft tot doel de drager meer te doen opvallen, zowel overdag als ‘s nachts. Veiligheidskleding volgens EN 471 of EN ISO 20471:2013 is wettelijk vereist voor iedereen die op straten, wegen en bouwplaatsen werkzaam is. Zelfs als er slechts een beperkt deel van de dag op een werkplaats met verkeer wordt gewerkt, dient er altijd veiligheidskleding te worden gedragen. Het bedrukken, borduren of andere vormen van personaliseren van de reflecterende stof verkleint de oppervlakte aan reflectie, waardoor een minimum oppervlakte aan reflectie verloren gaat. Het personaliseren is daarom niet toegelaten zonder voorafgaande goedkeuring van een aangemelde instantie (“notified body”). Contacteer daarvoor de veiligheidsadviseur.

KLASSE 3 
Dient gedragen te worden door iedereen die werkzaam is op wegen met normale rijsnelheden, bij actieve treinrails en reddingsoperaties. Tevens bij werkzaamheden op bouwplaatsen.

Oppervlakte fluorescerend materiaal tenminste 0,80m²
Oppervlakte reflecterend materiaal tenminste 0,20m²

KLASSE 2 
Mag gedragen worden door mensen die toezicht houden op de werkzaamheden waarvoor kleding van klasse 3 is vereist. Deze wordt gedragen bij gunstige weersomstandigheden en bij voldoende zichtbaarheid.

Oppervlakte fluorescerend materiaal tenminste 0,50m²
Oppervlakte reflecterend materiaal tenminste 0,13m²

KLASSE 1 
Mag alleen gedragen worden door mensen die een bezoek brengen aan een gebied waarvoor kleding met klasse 3 is vereist. Deze bezoekers dienen begeleid te worden door mensen die in het gebied werkzaam zijn. Als de werkzaamheden in de loop van de dag variëren, of als u twijfelt, wordt klasse 3 aanbevolen.

Oppervlakte fluorescerend materiaal tenminste 0,14m²
Oppervlakte reflecterend materiaal tenminste 0,10m²

Bescherming tegen regen, sneeuw, mist en optrekkend grondvocht.

EN 343: 2003 + A1: 2007
Bescherming tegen regen, sneeuw, mist en optrekkend grondvocht.

X = waterdichtheid - X = doorlaatbaarheid
Beschermende kleding gecertificeerd volgens EN 343 beschermt tegen regen, sneeuw, mist en grondvochtigheid. De kleding en de naden zijn getest op bestendigheid tegen het binnendringen van water en weerstand tegen damp.

Bescherming tegen elektrische vlambogen.

IEC 61482 - 2: 2009
Bescherming tegen elektrische vlambogen.

Beschermende kledij tegen de thermische gevaren van een elektrische vlamboog. Een elektrische vlamboog is vergelijkbaar met een bliksem die toeslaat in een elektrische installatie als gevolg van een storing (bijvoorbeeld een kortsluiting), wat ernstige brandwonden of andere verwondingen kan veroorzaken. Deze standaard geeft aan of de kleding beschermt tegen elektrische vlamboog en wordt onderverdeeld in verschillende klassen.

Klasse 1: bescherming tegen elektrische vlamboog 4KA
Klasse 2: bescherming tegen elektrische vlamboog 7KA
De kleding wordt getest met een boogspanning tot ongeveer 400V en een boogtijd van 500ms.

Bescherming tegen hitte en vlammen.

EN ISO 11612: 2008
Bescherming tegen hitte en vlammen.

Beschermende kledij voor hitte en warmte waar nood is aan kledij tegen beperkte vlamverspreiding en waar de gebruiker kan blootgesteld worden aan stralingswarmte, convectiewarmte, contactwarmte of gesmolten metalen. Deze norm specificeert prestatie-eisen voor kledingstukken die ontworpen zijn om het lichaam van de drager te beschermen tegen hitte en vuur met uitzondering van de handen.

A staat voor beperkte vlamverspreiding;
B staat voor convectiewarmte, 3 te behalen niveaus: B1, B2, B3 waarbij 3 het hoogste niveau is;
C staat voor stralingswarmte, 4 te behalen niveaus: C1, C2, C3, C4 waarbij 4 het hoogste niveau is;
D staat voor aluminiumspatten, 3 te behalen niveaus: D1, D2, D3 waarbij 3 het hoogste niveau is;
E staat voor ijzerspatten, 3 te behalen niveaus: E1, E2, E3 waarbij 3 het hoogste niveau is;
F staat voor contactwarmte, 3 te behalen niveaus: F1, F2 en F3 waarbij F3 het hoogste niveau is.

Bescherming bij lassen en aanverwante processen.

EN ISO 11611: 2007
Bescherming bij lassen en aanverwante processen.

Beschermende kledij voor lassen en aanverwante processen. Deze kledij is bedoeld om te beschermen tegen lasspatten, kort contact met de vlam, stralingswarmte en om een elektrische schok te minimaliseren (bij incidenteel contact van +/- 100V). Deze norm omschrijft de minimale fundamentele veiligheidseisen en testmethodes voor beschermende kleding, met inbegrip van kappen, schorten, mouwen, accessoires en beenkappen die zijn ontworpen om het lichaam van de drager met inbegrip van hoofd (kappen) en voeten (beenkappen) te beschermen en die moeten gedragen worden tijdens lassen en aanverwante processen.

A1: hierbij voldoet de kleding aan de vereisten voor beperkte vlamverspreiding bij oppervlakte bevlamming.
A2: hierbij voldoet de kleding aan de vereisten voor beperkte vlamverspreiding bij rand bevlamming. Indeling in 2 klassen: 
- klasse 1 biedt bescherming tegen minder gevaarlijke lastechnieken en situaties, veroorzaakt door lagere niveaus van spatten en stralingswarmte. 
- klasse 2 biedt bescherming tegen meer gevaarlijke lastechnieken en situaties door hogere niveaus van spatten en stralingswarmte.

Bescherming tegen elektrostatische oplading (risico op brand of explosies).

EN 1149 - 5: 2008
Bescherming tegen elektrostatische oplading (risico op brand of explosies).

Elektrostatische eigenschappen, deel 5, materiaal- en ontwerpvereisten. Deze kledij wordt gedragen om te voorkomen dat door elektrostatische oplading vonken ontstaan die brand of explosies kunnen veroorzaken. EN 1149 bestaat uit verschillende delen die vereisten en testmethodes specificeren om bescherming tegen statische elektriciteit of schade door ontlading te meten. EN 1149-5 beschrijft de prestatievereisten. Het materiaal moet voldoen aan vereisten volgens EN 1149-1 of -3.

Bescherming tegen vloeibare chemicaliën.

EN 13034: 2005 + A1: 2009
Bescherming tegen vloeibare chemicaliën.

Type 6 kleding biedt bescherming tegen mogelijke blootstelling van kleine hoeveelheden spatten of lichte nevel van chemische vloeistoffen en kan gebruikt worden in situaties waar de risico’s worden beoordeeld als laag en een volledige vloeibare barrière niet nodig is. Dit type kleding moet het boven- en onderlichaam volledig bedekken.

EN 14058:2004

Kledingstukken die gecertificeerd zijn volgens EN 14058:2004 beschermen de drager tegen een koude omgeving.
Een koude omgeving betekent binnen deze norm een temperatuur tot -5 °C.
Het bovenste getal is de klasse voor de “thermische weerstand”. Klasse 3 is de hoogste klasse (en wordt getest op de stoflagen).
Om aan deze norm te voldoen dient de kleding volledig gesloten te worden gedragen.
Als er aanpassingsmogelijkheden zijn (bijvoorbeeld aan de polsen of taille) dienen deze ook gebruikt te worden.
De thermische isolatiewaarde van het kledingstuk kan afnemen als het kledingstuk nat wordt en na reinigingsprocedures.
Bewaar kledingstukken op een droge en goed geventileerde plaats om het beschermingsniveau in stand te houden.
Het dragen van extra bescherming om afkoeling van bijvoorbeeld hoofd, handen en voeten te voorkomen is optioneel bij EN 14058:2004.